Vuurtorentrail 2017

      Geen reacties op Vuurtorentrail 2017

Ameland, zondag 19 maart 2017, even voor achten. Het eiland is nog in diepe rust als zich op het Zwaanplein in het centrum van Hollum enkele tientallen lopers verzamelen om zich op te maken voor de trail die hen de komende uren het hele eiland over zal voeren. De Vuurtorentrail; 60 kilometer onversneden bikkelen.

De ultraloopgemeenschap is klein en langzamerhand begin ik gezichten te herkennen. Magere gezichten met vastberaden blikken, vrijwel zonder uitzondering getekend door een brede lach van oor tot oor. Ultralopers hebben er altijd zin in; het eenzame afzien, het doorbijten, weerstand overwinnen, het mentale spelletje waarmee het fysiek wordt bedwongen. Maar ook in het genieten; van de natuur, van het avontuur en van de reis die iedere loop op zich weer is.

De Vuurtorentrail is zonder twijfel één van de mooiste trails die Nederland rijk is. In de tijd die het je kost, krijg je zo’n beetje alle smaken natuurschoon voorgeschoteld; kilometers strand, duinpannen op en af, door bossen, soms érg dichte bossen, en natuurlijk over het prachtige Oerd, een soort groene duinvallei waarin het érg moeilijk is droge voeten te houden.

Nadat er wat fotootjes gemaakt zijn van het opgeschoten loperscollectief en er even over achten bij gebrek aan elektriciteit een provisorisch startschot wordt gegeven, zet de groep zich in beweging en is het ieder voor zich. Voor me loopt een jongedame met een hond en terwijl ik het eerst nog wel iets geinigs vind hebben, kom ik er al snel achter dat de hond voortdurend korte commando’s nodig heeft om zijn baasje te volgen. Nu loop ik sowieso altijd het liefst alleen, maar dit verdraag ik helemaal niet. Als de hond na een paar kilometer een boodschap moet doen zie ik mijn kans schoon en loop wat uit. Helaas halen dame en hond mij al snel weer in en ze blijven – alsof ze het erom doen – steeds in mijn buurt cirkelen. De hond krijgt na verloop van tijd gelukkig in de gaten wat zo’n beetje de bedoeling is, waarmee de commando’s langzaam in frequentie afnemen.

Zelf heb ik er ondertussen aardig de sokken in en met een tempo van 5:30 koers ik voorlopig op een respectabele eindtijd, feitelijk het laatste waar ik nu mee bezig ben. Ik loop behoedzaam, met de pijn van een dubbelgeklapte enkel drie weken geleden tijdens de Trail by the Sea nog vers in gedachten. Een stevige zwachtel om de geplaagde voet doet echter wonderen.

 

 

 

 

 

 

Na verloop van tijd wordt de bewegwijzering wat schaarser en is het – vooral in de bossen – scherp blijven op de uitgezette pijltjes en lintjes. Er zijn er op zich voldoende geplaatst, maar één moment van onoplettendheid kan je zomaar op een paar extra kilometers komen te staan. Gelukkig loop ik op dit stuk niet alleen en zijn er een paar lopers bij met navigatie op het horloge. Ultralopers zijn weliswaar eigenheimers, maar hun bereidheid anderen te helpen is minstens zo groot als hun behoefte aan eenzame uren.

Dan volgt het mooiste stuk, het Oerd. Waar ik eerst probeer de boel nog een beetje hoog en droog te houden, heb ik al snel in de gaten dat het onbegonnen werk is. Ik geef me over aan dit stukje oernatuur en loop in no-time met zeiknatte poten, maar met nog steeds goede zin door de moerasachtige substantie te klossen. Het voordeel van dit soort kleine ongemakken is dat de tijd ongemerkt voorbij schrijdt en voor ik het weet ben ik ruim over de helft van de tocht als we bij de 35k voor het eerst het strand opgaan.

En waar ik ‘we’ zei bedoel ik in dit geval dus ‘ik’. De groep is nu echt – zoals te verwachten op een afstand als dit met een beperkte lopersgroep – uiteen gevallen in eenzame zielen. Dus daar loop ik dan, met een wind die ik toch zeker als stormachtig zou betitelen. Dat op zich is natuurlijk het ergste nog niet, maar wel als je hem vol in de spreekwoordelijke kuif hebt. Het zijn van die momenten waarop je ineens weer weet waarom je het doet. Zoals dat moment waarop ze aan Mike Tyson vroegen waarom hij altijd zo gruwelijk vroeg in de ochtend op legerboots ging joggen: ‘because nobody else is doing it’. Een simpele sportfilosofie.

Als we het strand weer verlaten heb ik er gevoelsmatig een kwart marathon opzitten, in werkelijkheid waren het drie luizige kilometers. De onvolprezen vrijwilligers van de verzorgingspost helpen mij met mijn verstijfde vingers mijn camelbak bij te vullen, ze strooien mij nog wat bemoedigende woorden toe en ik begin aan het laatste deel van de tocht die zich vooral kenmerkt door zand, heel veel zand. Een aantal malen gaan we het strand nog op, de laatste keer vergezeld door de inmiddels aangesloten groep 35k-lopers, waardoor ik in ieder geval wél even bij een ‘treintje’ aan kan sluiten. Als de lopers in de gaten krijgen dat ik een 60k-loper ben willen ze er bovendien niets van weten als ik zeg ook best even de kop te willen nemen.

Zo dragen lopers elkaar als het moet en als het kan, en als de 35k-lopers en wij weer splitsen – zij hebben nog 20k voor de boeg – ben ik helemaal klaar voor de laatste paar kilometers. Mijn tempo is er na alle beproevingen uit, maar ik voel me geweldig. Ik vraag me wel eens af hoeveel sporten er zijn waarbij fysieke pijn – échte pijn – en mentaal geluk – écht geluk – zo dicht bij elkaar liggen en soms zelfs kunnen overlappen. Genieten van de pijn, is dat mogelijk? Ik sta er verder niet bij stil, ik nader het dorp. Op de Bosweg – waar ik de dag ervoor een beetje in heb gelopen – zie ik Hollum verschijnen. Ik zie de opgeblazen zwarte boog met de naam van de hoofdsponsor – die ze vanmorgen vroeg in de wind zo moeilijk omhoog kregen – naderen. Het is gedaan.  De strijd is gestreden, de strijd is weer gewonnen. En met een voor mij mooie tijd van 6:35 uur ben ik bovendien nog eens een vol kwartier sneller dan vorig jaar.

Mij resten nu slechts nog een voldaan gevoel, een warme douche, een stevige maaltijd en mijn plannen voor volgende loopjes. En Ameland? Daar zien ze mij volgend jaar weer, ijs en weder dienende.