Traag trailen

      Geen reacties op Traag trailen

Voor de loper die zichzelf af en toe eens uit wil dagen zijn er naar mijn bescheiden mening drie smaken: (1) sneller, (2) verder en (3) zwaarder. Zelf probeer ik alle drie de smaken eens in de zoveel tijd uit (met een lichte voorkeur voor de combinatie van twee en drie). Een lekkere snelle Kadeloop dus bij voorbeeld. Of af en toe een fijne, verre ultraloop. En natuurlijk zo nu en dan een stevige trailloop door zand, bos en duin. Afgelopen zondag 26 februari was het weer eens tijd voor smaakje nummer drie, tijdens de Trail by the Sea in Zeeland. Ik koos voor de variant van 42k.Wie bij Zeeland denkt aan eindeloze dijken, uitgestrekte polders en kaarsrechte kanalen krijgt tijdens deze trail een heel ander beeld van de provincie voorgeschoteld. De loop voert namelijk grotendeels door bosrijk gebied in het westelijke deel van Schouwen-Duiveland.

Startend in Renesse gaat de tocht eerst zo’n tien kilometer langs de kust, waarbij een paar keer het strand wordt aangedaan. De benen worden tijdens het eerste deel van het parcours dus al flink op de proef gesteld. De volgende twintig kilometer worden gevormd door kronkelende loopjes door het bos bij Westenschouwen. Qua oppervlakte meet het bos volgens mij niet meer dan grofweg twee bij twee kilometer, maar door de wijze waarop het parcours is uitgezet heb je toch het idee eindeloos door nieuwe stukjes natuur te lopen. De laatste tien kilometer voeren tot slot van Westeschouwen via Burgh-Haamstede terug naar Renesse.

Alhoewel ik er vorig jaar ook bij was, lijkt het wel of alles weer nieuw is. Misschien dat dat het kenmerk – en het leuke – is van de trailloop. Die Erasmusbrug is er natuurlijk ieder jaar weer om het zo maar eens te zeggen, maar de natuur is steeds weer verrassend.

De eerste kilometers loop ik als een zonnetje. Het weer is goed – niet te warm, niet te koud – en ik heb er zin, dat scheelt alles. Ook de paar keer dat we het strand op en af gaan verlopen goed. Op het strand staat een fikse wind tegen, maar om de beurt op kop scheelt een boel.

De duurloper kent de geneugten van de flow. Een heerlijk gevoel, maar niet altijd even praktisch. Zo splitsen op 13k de halve en hele marathonlopers zich, iets wat mij volledig ontgaat. Ik loop lekker door als ik achter me iemand hoor roepen: “halve marathon links, hele marathon rechts!”. Ik ben linksaf gegaan. Omkeren dus, gelukkig was het maar een paar honderd meter. De groep is na deze splitsing gelijk goed uitgedund. Er loopt niemand meer voor me als ik een kwartiertje later iemand achter me hoor roepen: “rechtsaf hier, rechtsaf!”. Lekker, weer verkeerd gelopen, een medeloper is zo wakker en attent me te waarschuwen. Goed opletten nu, dan maar even geen flow…

Op 23k slaat het noodlot toe. Ik maak een rare beweging, voel mijn rechterenkel dubbelklappen en een pijnscheut schiet door mijn voet. Een oude kwaal, het gebeurt me vaker, ik heb er zelfs een keer mijn middenvoetsbeentje door gebroken. Zo erg is het nu niet, maar wat doet het zeer. Ik verbijt de pijn en met de pest in mijn lichaam loop – of beter gezegd: strompel – ik door. Een DNF* achter mijn naam op de uitslagenlijst zal me niet overkomen.

Op 27k is er een verzorgingspost én een EHBO-tent. Aarzelend loop ik er binnen – als de dood dat ze me uit de race zullen halen – en leg uit wat het probleem is. Ik vertel dat me dit al vaker is overkomen en maak ook direct duidelijk dat opgeven voor mij geen optie is. De vriendelijke EHBO-dame is het daar gelukkig mee eens. Ze legt een drukverband aan, ik trek mijn sok en schoen weer aan, eet het één en ander en loop door.

In mijn hoofd strijden twee gedachten met elkaar: géén DNF achter mijn naam, maar wél over drie weken fris aan de start van de 60k Vuurtorentrail in Ameland verschijnen. De enige manier waarop ik die twee weet te verenigen is door héél voorzichtig te lopen, op een dramatisch tempo natuurlijk, met zelfs af en toe een stukje wandelen tussendoor. De ene na de andere loper haalt me in, goed voor wat eelt op mijn prille lopersego, zeker als ze me ook nog bemoedigende woorden gaan toespreken.

Nog een kilometer of tien te gaan. Normaal gesproken geen probleem, maar nu toch een kleine hel. Ik probeer het verstand op nul te zetten, drink en eet zo nu en dan wat, en al voortmodderend weet ik iedere keer weer een kilometertje op de teller te zetten. Eindelijk krijg ik Renesse in zicht en verrassend snel ook de finish. Mijn horloge staat pas op 40k, kennelijk hebben ze in Zeeland een andere afstandmeting. Mij zal het een zorg zijn; ik ben er, ik heb er dik vier uur en tien minuten over gedaan, maar het kan me allemaal niks schelen. Dankbaar neem ik de medaille in ontvangst, dikverdiend vind ik zelf.

Op naar Ameland, maar eerst die poot in het ijs.

*Did Not Finish