SPARK in Spike City

      Geen reacties op SPARK in Spike City

De marathon van Spijkenisse, officieel de SPARK-marathon. Een mooie tocht van ruim 42 kilometer door de polders van de Nissewaard om een voor mij mooi hardloopjaar af te sluiten. Naast drie marathons, liep ik dit jaar een marathontrail in Zeeland, een ultramarathontrail op Ameland en bovendien mijn eerste 100 km in Winschoten. Zo’n jaar kun je nergens beter afsluiten dan hier, in de vertrouwde polders met een overzichtelijk aantal deelnemers. Want natuurlijk is het heel bijzonder om met duizenden deelnemers hutmutje op de Coolsingel te staan wachten tot Lee Towers zijn laatste noten heeft gezongen. En ja, met anderhalve man en een paardenkop ergens in de duinen bij Den Haag voor de start van de Zwarte Marathon heeft ook wel wat. Maar gewoon een middelgrote marathon met een paar honderd deelnemers door het mooiste dat Holland te bieden heeft is ook heel fijn.

Zonder verwachtingen sta ik aan de start en dat is meestal het beste. Ik heb mijn portie dit jaar al gehad, zowel qua afstanden als qua tijden. Mijn voornemen is om met een tempo van om en nabij de 5 min/km van acquit te gaan en ergens halverwege te zien hoe de vlag erbij hangt voor een positieve of negatieve split. En verder vooral te genieten, al probeer ik dat altijd wel te doen.

Na het startschot van een mij onbekende hoogwaardigheidsbekleder draven we eerst een rondje op de sintelbaan van atletiekvereniging SPARK. Altijd wat onwennig op de baan. Ik houd van ‘the great wide open’ en ben blij als ik de bebouwde kom achter me heb. Als we het sportterrein hebben verlaten voert het eerste deel van de tocht langs de Oude Maas en vanaf dan blijven de plaatjes mooi, al is er aan de horizon altijd wel een fabriek of een windmolen te ontwaren.

Ik loop lekker. Voor me zie ik de pacersgroep voor 3:30. Dat zou een mooi streven zijn, ware het niet dat ik er een hekel aan heb in zo’n groep te lopen. De enige keer dat ik dat deed heb ik urenlang het gevoel gehad totaal niet in mijn eigen race te zitten. Ongewild raak ik echter toch in de groep verzeild. Ik heb de keuze: me af laten zakken en erachter blijven, of even aantrekken en ervoor gaan lopen. Ik besluit tot het laatste waardoor ik – om de troep toch een beetje voor te blijven – op een tempo van rond de 4:45 min/km uitkom. Omdat alles het goed doet blijf ik op dat tempo hangen, waarmee de klassieke fout zich – toch weer – aan lijkt te dienen.

Net op het moment dat ik besluit de snelheid wat te temperen komt er een Belg naast me lopen die ronduit begint te praten over de diverse marathons die hij in binnen- en buitenland heeft afgewerkt. Ik keuvel gezellig mee, hij blijkt buitengewoon geïnteresseerd in mijn ultra-avonturen en voor ik het weet heb ik er – voluit babbelend en op een te hoog tempo – een halve marathon op zitten. Na een kilometer of 25 verliezen we elkaar uit het oog en begint zich bij mij het tempo en het geouwehoer te wreken. Ik weet het nog even vol te houden, maar langzaam maar zeker zak ik dan toch terug naar de 5:00 min/km, het tempo dat ik eigenlijk voor de eerste 20 km had gereserveerd. Maar ook dat houd ik niet heel lang vol. Na de 35 km kom ik de spreekwoordelijke man met de hamer tegen en zijgt de boel ineen. Ik krijg last van mijn kuit (oude kwaal), mijn rug gaat pijn doen (ook een oude kwaal) en mijn liezen beginnen op te spelen (nieuwe kwaal).

Na 38 km lijkt het echt op, maar stoppen is natuurlijk geen optie en het leuke van doorgaan is dat je toch altijd weer ergens een reservebron weet aan te boren die je door die laatste kilometers heen weet te slepen. Mijn tempo mag geen naam meer hebben en een paar honderd meter achter me zie ik zelfs de pacersgroep van 3:30 weer dichterbij komen. Ik berust er in, er staat niets op het spel, maar weet ze voor te blijven, zoveel eergevoel heb ik dan ook wel weer…

Ik loop Spijkenisse in en hoor in de verte de speaker binnenkomende lopers omroepen. Nog even doorbijten en de atletiekbaan is in zicht. De laatste paar honderd meter gaan weer over de sintelbaan, die me – anders dan 3,5 uur eerder – nu heel fijn aanvoelt. Als ik de finish nader zie ik dat ik het, op een paar seconden af, binnen de 3:30 uur heb weten te houden, met de pacersgroep nog steeds achter me. Zo kun je van alles een overwinninkje maken.

Het loopjaar zit er op. Het was een mooi jaar en mijn programma voor 2017 staat alweer in houtskool in de steigers. Maar nu: even rust, even niets, heel even…