Debutantenbal

      Geen reacties op Debutantenbal

                                   /em>

Ondanks de vele loopjes over 42,195 km die ons land rijk is, is het toch de marathon van Rotterdam waar we allemaal ieder jaar weer reikhalzend naar uitkijken. De één omdat Rotterdam gewoon de mooiste stad van Nederland is, een ander omdat er niets boven het Rotterdamse publiek gaat en een derde omdat Rotterdam de thuisbasis is van een voetbalclubje dat bij sommigen het hart sneller doet kloppen. En lekker dichtbij natuurlijk.
Niet vreemd dan ook dat veel lopers in Rotterdam debuteren op de klassieke afstand. Dit jaar verzamelden er op zondag 9 april klokslag 8:00 uur achter de Albert Heijn in Schipluiden vijftien lopers van wie maar liefst een derde de afstand voor de eerste keer ging slechten.

Dat leverde uiteraard een geanimeerd fietstochtje naar het station op, waarin ervaringen werden uitgewisseld, tips werden gegeven en natuurlijk ook twijfel werd gezaaid. Want twijfel – zo weet ik uit ervaring – blijft er altijd, en die is niet alleen voorbehouden aan debutanten. Drie, vier of vijf gelletjes, buff op in de warmte of toch niet, flesje mee voor de eerste kilometers, hemd of t-shirt, compressiekousen of is het daar te warm voor, en ga zo maar door. Als je wilt kun je de hele nacht wakker liggen, wat sommige lopers dan natuurlijk ook steevast overkomt.

Er is één ding waar op de dag zelf in ieder geval niets meer aan te doen is; het aantal kilometers dat de benen in de voorbereiding heeft geteisterd. Ook op dat vlak zijn er zoveel ideeën als er lopers zijn. En alhoewel mijn simpele trainingsfilosofie van zoveel mogelijk kilometers per week als een normaal gezinsleven en een fulltimebaan toestaan niet voor iedereen is weggelegd, vond ik de niet nader te noemen debutant wiens maximale duurloop niet boven de halve marathon uitkwam een moedig man, wat ik uiteraard niet heb gezegd…

Even voor tienen staat iedereen klaar en luisteren we naar de klassieker ‘You’ll never walk alone’ van de onvolprezen Lee Towers (er schijnen Kenianen en Ethiopiërs te zijn die denken dat dat ons volkslied is). We horen Lee nog net ‘laat maar weer zakken jongens’ mompelen als het startschot luidt voor de eerste golf, een systeem dat er helaas voor zorgt dat je niet alleen niet altijd samen met je loopmaatjes kunt starten, maar soms ook een half uur moet wachten voor het eindelijk zover is. Gelukkig is het altijd gezellig zat op de Coolsingel.

De warmte, dat is dit jaar de grote gelijkmaker. Want waar we onze trainingsloopjes tot nu toe liepen onder prima omstandigheden van om en nabij de 10 graden, kijken we nu aan tegen een temperatuur met dubbele cijfers. Vocht innemen en het hoofd koel houden is het devies, gelukkig wordt dat door de organisatie optimaal gefaciliteerd door de lopers in meer dan voldoende mate van water en sponsen te voorzien.

Zelf loop ik relatief lekker en ergens zweeft het woordje ‘PR’ in mijn achterhoofd. Het zit er in, ik ben topfit en met de warmte kan ik over het algemeen goed omgaan. Wat mij nekt is de drukte. Ik start in de derde golf en om een beetje op tempo te blijven ben ik de eerste paar kilometers alleen maar bezig zoveel mogelijk mensen in te halen zonder daarmee mijn nek te breken. En net als ik denk een beetje vrije ruimte te hebben stuit ik op de wat langzamere lopers uit de tweede golf, gevolgd door die uit de eerste golf. Al snel besluit ik het op te geven en gewoon lekker te lopen; eind mei loop ik de eerste marathon van Tilburg waar het waarschijnlijk een stuk rustiger zal zijn. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Uiteindelijk finish ik in

een tijd van 3:28, gezien de warmte en de drukte niet iets om over te klagen. Nog los van het feit dat het uitlopen van een marathon natuurlijk altijd een overwinning is. Want dat is het mooiste van de marathon; er zijn alleen maar winnaars.

Natuurlijk is het een geweldige overwinning voor de debutanten – Jan de Blij, Dennis Hofstede, Jan-Willem Groenewegen, Sebastiaan Schilperoort en Olaf van der Eijk – die zichzelf hebben bewezen dat ze het fysiek en de mentaliteit hebben deze afstand aan te kunnen.

Het is een overwinning voor hen die een PR liepen – Maarten van der Eijk, Ria Verboon, Stephan Lukosch en Rob van Mierlo – bij wie de overtuiging kon wortelen dat verbetering altijd mogelijk is.

Natuurlijk is het ook een overwinning voor hen die niet voor het eerst en géén PR liepen – Janelle Lander, Jeanette Koene, Corrie Lansbergen, Jaap Renaud en ondergetekende – maar daarmee wel hebben laten zien dat karakter iets is dat je met de jaren opbouwt. Zelfs zij, of misschien wel júist zij, die ieder jaar weer bezweren dat het voor het laatst was.

Het is ook een overwinning voor die eenzame loper die het gevecht aan moest gaan met een pijnlijke blessure – Maurice Dijkshoorn – en zich daar niet door uit het veld liet slaan. Die – zo herkenbaar – liever een rottijd dan een DNF achter zijn naam in de lijst met finishers heeft staan. Respect!

En tot slot, ‘last but not least’, werden we er natuurlijk ook weer doorheen gesleept door al die enthousiaste Schipluidenaren aan de kant – Rosalie, Conny, Aad, Sjors, Jacob, Lisette, Ruud, Ton en iedereen die ik niet heb gezien – zonder wier enthousiast gejuich en bemoedigende woorden zo’n loop toch een stuk schraler aanvoelt. Ook winnaars wat mij betreft.

Tot volgend jaar allemaal!